Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prikkel en waarde verloren heeft — door de aanpassing —; dit zich-hernemen van den Eenheids-drang doet zich dan voor als „naberouw", als wroeging en wordt volkomen ten onrechte soms aangemerkt als een argument ten gunste van den „vrijen wil". Het is eenvoudig het terugslaan van de balans, zoodra uit de belaste schaal het gewicht wordt weggenomen, dat is te zeggen, het is herstelling van den natuurlijken gemoedstoestand, zoodra door ontgoocheling of ontnuchtering de „slechte" daad overwicht en bekoring heeft verloren.

Dit „zedelijk vallen" van den mensch na voorafgaanden strijd en waarbij het weder-oprichten, het berouw is verondersteld, is het gegeven voor een drama van eenvoudigen aard. Het is bijvoorbeeld Schillers „Fiesco", de eerzuchtige jonge man, die beseffend dat hij, hoe ook boven den verslagen Doria uitmuntend, beter deed geen vorst te worden, toch bezwijkt voor zijn smachten naar purper, goud en eerbetoon. Het naberouw blijft uit, door zijn vroegtijdigen, gewelddadigen dood, maar zou zeker zijn gekomen.

Het is Hebbels „Maria Magdalena" waar juist na het besluit het noodlottige daarvan blijkt en de minnaar zich verwijt, * dat zijn menschenvrees (maatschappelijk gevoel: distinctie-zucht) de vrouw, die hij liefhad, den dood in dreef — het is het eeuwig oude, eeuwig nieuwe drama van 's menschen zedelijke ontoereikendheid.

Niet altijd blijkt die ontoereikendheid in zijn bezwijken voor de verleidingen van zijn ijdelheid en de eischen van zijn zelfzucht — met het toegeven aan den „Eenheidsdrang", aan de inspraken van hart of hartstocht is het conflict niet vermeden. Het draagt dan echter niet langer het karakter van zedelijk „tekort", maar neemt het belangwekkender —-nauwer met den bouw des levens samenhangende! — karakter van een Noodlot aan.

Sluiten