Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar en onwaar, tusschen goed en kwaad, tusschen gerechtigheid en onrecht. Wat we van de schoonheid zeiden: er is geen regel te stellen; elk kunstwerk getuige voor zichzelf — en van de waarheid: er kan niets .bewezen" worden, elke zuivere gedachte is waarheid, alles wat waarachtig is, is waar, zien we nu ook gelden ten opzichte van het zedelijk handelen: alles wat eerlijk is, is zedelijk. Elk ander criterium faalt, elk uniform criterium is onbruikbaar. In het aantoonen daarvan ligt het onmaatschappelijke van de diepste beteekenis der Orestes-drama's — een groote groep naar wij zullen zien!

Zoolang de personen in een drama zich van die noodlottige ontoereikendheid hunner daden niet bewust zijn en deze pas na het plegen met schrik en verbijstering ontwaren, blijft het drama nog vrij-eenvoudig; het wordt echter pas gecompliceerd, het volkomen „moderne drama", zoodra de mensch tot voldoende kennis en zelfkennis is gekomen om zich bij voorbaat van de ontoereikendheid zijner daden, van het nuttelooze zijner pogingen en daarbij dan ook natuurlijk van zijn zedelijke onvolkomenheid rekenschap te geven, terwijl hij, tot dien trap gekomen, tegelijkertijd weet, dat hij toch altijd zal moeten kiezen en dat de onpartijdigheid, het „bikkelen met de kinderen" een illusie en een fictie is. Dit dubbele besef voert hem dan, naar zijnen aard, tot twijfel of vertwijfeling, tot scepticisme of tot wanhoop. Zoo is het drama van den nog onbewusten mensch het drama van de ontoereikendheid, blijkend na de daad — het drama van den bewusten mensch is öf het drama van den twijfel voor de daad —- df van de vertwijfeling na de daad. Schiller's drama's behooren nog tot de eenvoudige — de personen zijn daarin nog niet tot volledige bewustheid gekomen

— Shakespeare's „Hamlet" — De Musset's „Lorenzaccio"

— zijn drama's van twijfel vóór de daad, Hebbels „Judith"

Sluiten