Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een critisch, regelend, waakzaam bewustzijn en zijn leven dus wordt: uniformiteit van handelen naar buiten, onbewuste verwarring, dan wel karakterloos opportunisme van binnen.

Doch thans komt de moeilijkheid — immers hoe kan nu in een stichtelijk drama, waarin de helden braaf, deugdzaam, gehoorzaam en volhardend zijn, het conflict ontstaan, dat toch onmisbaar wordt gevoeld als „handeling" in den bouw van elk drama om den toeschouwer, die menschen wil zien — zien is onderscheiden, contrast is conflict — in spanning en geboeid te houden?

In eenige vijandschap tusschen mensch en maatschappij kan het niet gezocht worden. De nobele figuur in een maatschappelijk-stichtend drama (stichtend altijd in den zin van opbouwend) kan niet anders dan een vriend van de gemeenschap — zijn kerk en zijn vaderland — wezen; hij is in de groote maatschappelijke drama's van de zeventiende eeuw zelfs bij voorkeur een krijgsheld, haar terecht hooggeprezen verdediger. Het kan evenmin gezocht worden in zijn innerlijke ontoereikendheid, noch in zijn twijfel, want ontoereikendheid als algemeen-menschelijk noodlot wordt in een maatschappij van „superieure karakters", „hoogstaande mannen" en „achtbare burgers" niet erkend en door echtmaatschappelijke temperamenten ook volstrekt niet gevoeld. Corneille noemt „le grand Condé" in volkomen gemoedskalmte „une belle ame". Twijfel is geheel en al uit den booze, de rechtstreeksche ondermijning van kerkelijk geloof en maatschappelijke eenswillendheid, door gemeenschappelijk vertrouwen in wet en gezag. Het eenig mogelijke, het eenig bruikbare conflict blijft dan het kunstmatig gecreëerde „ongelukkig toeva 1".

Wanneer we ter zijner, tijd nader over „maatschappelijke kunst" spreken en voorbeelden van maatschappelijke kunst

Sluiten