Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren? Die zijn er eigenlijk niet, zeweten wel, dat er andere kinderen zijn, maar ze begrijpen het niet, begrijpen is zijn en ze zijn alleen eigen-ik, al het andere daaromheen is vaag — ze stellen er geen belang in, daar hun belangstelling samenvalt met hun belang.

De egocentrische mensch zegt gaarne dat hij in de persoonlijke onsterfelijkheid gelooft, want daar hij de incarnatie van het levenbehoudend Dogmatisme is, neemt in hem, als in het kind, elke illusie en elke fictie, elke hoop en elk geloof den vorm van een dogma, een Beginsel aan, in werkelijkheid echter heeft hij zich in wat „persoonlijke onsterfelijkheid" beteekenen zou, volstrekt niet verdiept — doch zijn instinct verzet zich tegen de gedachte, dat h ij niet zpu voortbestaan, dat z ij n vader, die misschien wel burgemeester en z ij n moeder, die misschien wel burgemeestersdochter was, in den hemel hun gelukkige echtvereeniging niet voortzetten zouden. Hij kan ook, zoo hij een spotter was of met fierheid zich „positivist" noemde, ineens weer tot zijn kerk terugkeeren, of spiritist worden door het wereldschokkende feit, dat z ij n vrouw of z ij n kind of z ij n moeder plotseling of onder tragische omstandigheden overleden is. De verschijnselen des heelals laten dan plotseling een andere verklaring toe dan in de dagen toen overal in de wereld andermans vrouwen, kinderen en moeders stierven, maar de zijne leefden. En hoe algemeen verbreid deze kinderachtige, egocen-;! trische gemoedstoestand is, blijkt wel uit het feit, dat zeer' vele, en zeer „verstandige" lieden een „treffend sterfgeval" een buitengemeen gepaste gelegenheid vinden om van wereldbeschouwing te veranderen of tot een verlaten kerk terug te keeren. Van dienzelfden aard is het grif geloof dier lieden aan „teekenen" en hun vaste overtuiging, dat met elk dier „teekenen" iets is bedoeld, wel te weten, iets dat hen betreft.

Sluiten