Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatschappelijk sentiment en het opbloeien van individualisme. Waar het maatschappelijk, egocentrisch sentiment overheerscht, is geen pantheïsme, geen natuurgevoel, geen vegetarisme — en ofschoon de geocentrische wereldbeschouwing niet meer „officieel" bestaat, ook hier verschilt het weten van het beseffen en in meer dan één egocentrisch gemoed heerscht i n w e z e n nog de oude opvatting, die de aarde plaatst in het middelpunt des Heelals, en den mensch als middelpunt der aarde en „beheerscher der dieren" gelijk dat in de kerken geleerd wordt. Het onderscheid tusschen mensch en dier, met de daarmee tezamenhangende volkomen ongerechtvaardigde geringschatting voor de dieren — blijkend uit een woord als „dierlijk" — is ook weer typisch-maatscbappelijk, een distinctie in de uniformiteit en in overeenstemming daarmee het meest ontwikkeld in die lieden welke nauwelijks in eenig opzicht boven en in menig opzicht beneden de dieren staan. Zij schrijven de boekjes, waarin de kippen eitjes leggen voor Marietje en de bijtjes honing zoeken voor Jantje, de maan bedroefd kijkt omdat Kareltje brutaal was en veertien engeltjes Doortje naar bed brengen. Door Gods goedheid stond er een diligence voor Theodoor gereed, muizen zijn „stout" omdat ze van onze kaas eten, spreeuwen moeten dood omdat ze van onze kersen snoepen — behaagt het ons, ons met een muisje te vermaken, dan is de kat stout, die haar vangt. Er is geen kinderleesboekje, waarin niet beurtelings de kat „zoet" en „stout" is, in overeenstemming met onze houding jegens de muis, die afwisselt met ons belang. Geen andere onderscheiding dan ons belang, het meest karakterloos en redeloos opportunisme tot „beginsel" verheven. Een tijger is een roofdier, de jacht is een edel vermaak, een varken is nuttig, omdat wij het éten en een vos schadelijk, omdat hij anderen

Sluiten