Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze verschalen in elk stadium en zijn tegelijk in wezen voor elk stadium, voor de eeuwigheid, overeenkomstig.

Het daaropvolgende moment is dan pas de eigenlijke opheffing, het opheffen naar de Eenheid (door ze te beschouwen als louter relatie en bloote functie) van de voorafgestelde onderscheidingen.

De werkzame individuen, in en door wie dat tweeledige proces wordt voltrokken, zullen dan ook steeds in twee groepen uiteenvallen: de her-stellers, gemeenlijk genaamd her-vormers, en de opheffers, de wijzen, genomen in den waren den „Sokratischen" zin van sceptisch dialecticus — vooral niet in de half-ethische, door Westelijk dogmatisme vertroebelde Oostersche opvatting, waarmee zich de zwakkeren van geest zoo grif tevreden stellen.

Dat die dubbele werkzaamheid, her-stellen, her-vormen en opheffen niet door dezelfde menschen kan worden verricht, willen we thans aantoonen.

De her-vormer is de verklaarde vijand van elke collectiviteit, want hij legt het op haar dogma's, dat is op haar bestaansgrondslag aan. Hij is bestemd om haar aan te grijpen en door haar te worden ten onder gebracht, en moet dus tegen haar gewapend wezen. Hij is dit uit tweeërlei hoofde, door zijn Eenheidsverlangen en Eeuwigheidsheimwee — immers waar dat optreedt, vermindert het gevoel voor de uniformiteit, gaat de bekoring, de macht van uniforme distinctie-middelen verloren, wordt de mensch onverschillig voor maatschappehjke belooningen en straffen, eer en roem, aanzien, goeden naam, gezag. In de maatschappij doet zich een dusdanige onverschilligheid tegenover datgene, wat voor anderen het leven-zelf uitmaakt, kennen als excentriciteit. Terecht verfoeit en vervolgt het blinde, maar onfeilbare instinct der collectiviteiten den excentrieke, want zijn excen-

Sluiten