Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

triciteit beduidt vrijheid, 'beduidt dat in hem de Eenheid werkzaam is en hij een vijand van de collectiviteit.

Doch dan zijn er verder nog de genietingen, door de maatschappij tot lok- en dwangmiddelen aangewend, die, buiten hun middellijke waarde als „distinctie" om, den zinnelijken mensch „aan de aarde binden" — kunstgenot, vrijheid, genot van spijs en drank, weelde van allen aard, ten opzichte waarvan het individu zich altijd in de macht der collectiviteit bevindt.

Voor de verrukkingen echter, die de werkzame Eenheid haar uitverkoren werktuigen bereidt — hetzij de verrukking van het Ideaal, de voorsmaak van het martelaarschap, dan wel de pure verrukking van het Begrip, welke zelfs niet kan worden begrepen door wie ze niet heeft beleefd — verliezen de zinnelijke vreugden althans een deel van hunne bekoring. Ze maken den mensch sober en kuisch, onbevreesd en onvatbaar. De collectiviteit kan hem niets geven en niets ontnemen wat voor hem van waarde is. Den donkeren kerker vreest hij niet, het kruis niet en den giftbeker niet — ten opzichte van de collectiviteit kan men hem „vrij" noemen, welk woord hier natuurlijk niets met „wilsvrijheid" heeft te maken.

Daarom voelen de machthebbende groepen, tyrannen en verdrukkende gouvernementen en met hen, in mindere mate, alle „maatschappelijken", de conservatieven, de „steunpilaren" haat en angst jegens de soberen, de kuischen, zoo goed als jegens de excentrieken — die ze op het allerminst door ze belachelijk te maken pogen te fnuiken.

Julius Caesar heeft vertrouwen in Marcus Antonius, omdat hij welgedaan en levenslustig is, van sport en feestvieren houdt — Marcus Antonius is eigenlijk het type van den bourgeois satisfait. Maar over Cassius sprekend, zegt Caesar.... „Cassius has a lean and hungry look, he thinks

Sluiten