Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

machtspreuken. In zooverre dit op een toegenomen onderscheidingsvermogen wijst, beduidt het hun deel aan de algemeene toeneming van onderscheidingsvermogen als klimmende zelfonderscheiding der Eenheid — maar het beduidt ook, dat ze zedelijk de minderen zijn van de oude „steunpilaren". Ze vormen in hun tijd de achterhoede der menschheid, waar dezen de voorhoede vormden; de „idealen" die ze dienen zijn van die voorhoede naar die achterhoede afgezakt. Waar die „slechte verdediging" krachtens het naar alle zijden werkende proces der Eenheid, juist tezamen valt met het oogenblik, waarop de sloopers tot hun volle kracht gewassen zijn, zullen deze, eigen wezen voortdurend aan het gehate maatschappelijk wezen door contrastgevoel bekrachtigend, licht genoeg triomfeeren.

Doch hoe voos en vervallen zulk een collectiviteit ook zij, en hoe onverbiddelijk ten doode opgeschreven — daar de Eenheid immers de critische oppositie produceerde, om daarin tot zelfherkenning te komen — haar materieele macht, resultaat van het zelfbehoudsinstinct harer steunpilaren, blijft langen tijd ongebroken. Een generatie van her-stellers, verwerkelijkers van het eerste moment in het proces der zelfherkenning zal dus altijd een generatie van martelaars moeten wezen. Moeten is kunnen, is willen; noodzakelijkheid zet zich om in lust, in enthousiasme, in volupteit. Het eenige ware martelaarschap is het blijmoedige martelaarschap. Wie Christus en de Christelijke lijders beklaagt, doet hun onrecht. Zij stierven gelukkig.

In deze korte karakteristiek van het wezen des hervormers ligt nu tevens opgesloten, waarom zulk een hersteller, zulk een vervanger van collectief-(on)zedelijke waarden door persoonlijk-zedelijke waarden niet tegelijkertijd ook opheffer van die waarden kan zijn. Zal iemand voor een „gesteldheid", een stelligheid kunnen lijden en sterven, dan moet

Sluiten