Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„geloofl) maar niet tot het opheffen van alle distincties komt. Philo als Hamlet, tegenover Christus als Don Quichotte, Erasmus als Hamlet tegenover Luther als Don Quichotte. En ditzelfde nogmaals in de Revolutie. De Fransche Don Quichotte's — Rousseau en zijn discipel Robespierre — vervangen wel de redelooze dogma's der collectiviteit door de redelijke distincties der Eenheid — gelijk we uitvoerig hopen aan te toonen — maar ze heffen allerminst die distincties daarna op. Dit doen de Duitsche Hamiets, waarvan Kant de voornaamste is. Want Hamlet's wezen is het peinzen, niet het leed, dit ontstaat, doordat hem een taak wordt opgedrongen, die tegen zijn wezen is, van nature is hij de peinzer tegenover Don Quichotte, den doener. En, curieuze bijzonderheid, beide boeken zijn nagenoeg gelijktijdig geschreven.

Aldus zien we in de afwisselende perioden van o verheerschend individualistisch willen en overheerschend collectief willen de beide momenten der Eenheid — de zelfherkenning tot zelfopheffing, de zelfvergetelheid tot zelfbehoud — duidelijk zich afspiegelen. Na de individualistische periode, waarin het individualistische Christendom ontstond, volgen de collectief-voelende Middeleeuwen, daarna de individualistische Renaissance-Reformatie, daarna de collectief-voelende zeventiende eeuw en daarna de individualistische periode, waarvan de Fransche Revolutie, met de Reformatie te vergelijken, het einde is, die de filosofie van Kant tot dubbelgangster heeft. Daarna dan nog eens een opbloei van collectiviteits-instinct gedurende de zoogenaamde Restauratie en daarna.... zijn de uitnemenden onder de menschen zoodanig van aard veranderd door hun definitieve bewustwording (in het moderne denken), dat de Eenheid zich niet langer onder deze categorie in hen voor zichzelf „verbergen" kan. Doch dit vermag natuurlijk het eeuwige, noodwendige

Sluiten