Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hopen we aan te toonen. Het eenige richtsnoer, het eenige kompas in den chaos is het „immanente dogma", de centrale gedachte, het door de Rede in zich zelf ontvouwde richtsnoer en waarheid. En deze ook weer: volstrekt en waar krachtens ons universeele wezen, betrekkelijk en dus maar betrekkelijk waar, krachtens onze beperkte persoonlijkheid, waarvan we dan zelf het betrekkelijke en onvolkomene het klaarst beseffen.

Met zulk een immanent dogma wordt men echter niet geboren en evenmin vindt men het op straat. Al datgene, wat men pleegt te verstaan onder het „worstelen om een levensbeschouwing" is ten slotte het zoeken naar dat „immanente dogma", naar de formule van eigen-ik.

In den bewogen geest vangt het aan met onbewuste vormlooze vermoedens, welke zich dan gestadig zoeken te toetsen aan de werkelijkheid, in dat toetsen zich wijzigend, verdiepend, totdat er eindelijk een moment intreedt, waarin „vermoedens" en „ervaringen" samenvallen, elkander volkomen schijnen te dekken. In dit moeizame, een onafgebroken rondom ziende aandacht en nimmer-aflatende zelfbetwijfeling vereischende proces is dan „vermoeden" tot „immanent dogma" gerijpt. Men is tot zichzelf gekomen, namelijk tot het eigen-ik van dat oogenblik, en zóó laat zich de uitspraak van Schelling verstaan, dat een systeem „waar" is, wanneer men zijn voortdurende bevestiging overal rondom zich ziet. Het is dan natuurlijk niet „waar" in den zin, welke de wetenschappelijke daaraan hecht, die aan het experiment een algemeene bewijskracht verleent, omdat hij zijn (collectieve) wereldvisie niet vermag te vatten als de projectie van zijn (uniform) eigen-ik — het is slechts waar voor dien mensch en voor dat oogenblik, en behoort als zoodanig ook tot „De Waarheid", zooals elk waarachtig kunstwerk tot „De Schoonheid". Het eindpunt zal dus steeds

Sluiten