Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alleen heerscherschap en adel, maar ook beroepen en bedrijven e r f e 1 ij k zouden zijn, zoodat elke gedachte aan vrijheid, maar ook aan vervloeiing, verwording, door redelijke persoonlijke keuze en inzicht, uitgesloten was. En hij „bewees" natuurlijk dat zulk een maatschappij de „eeniggoede" zou wezen, volkomen waarborgen bieden tegen tweedracht en vooral tegen Revolutie!

Nergens duidelijker dan in deze tweedeelige „Theorie" van den Roomschen reactie-politicus, wiens sophistieke sluwheid waarlijk ongeëvenaard is, blijkt de ware strekking van de „Erfzonde". Door de „erfzonde" zijn de menschen slecht, kunnen dus absoluut geen eigen zeggenschap hebben en moeten als willooze kudden zich laten leiden door koningen en priesters, die, van God ingesteld, daartoe speciaal geperfectioneerd zijn. Doch dit terloops. Het uniforme en dus onware zondebesef, voortvloeiend uit de erkenning dier Erfzonde en waarvan de egocentrische hoogmoed van elk kerkelijk geloovige en elk „hooggeplaatst" maatschappelijke, de schrille logenstraffing is — zien we dan weer als de verstarde spotvorm van het individualistisch (Christelijk) zondebesef, voortvloeiend uit levende zelfonderscheiding, 't welk we in de litteratuur van elke individualistische periode zullen aantoonen.

Zelfkennis is de kennis van eigen onvolkomenheid, zonder zelfkennis geen waar zondebesef — daar nu, naar we uitvoerig aangetoond hebben, in de collectiviteit de zelfkennis (als critiek) niet bestaat, zoo is er ook evenmin het zondebesef, maar wel de zelfverheffing, die voor zich waarheid en zaligheid bedingt en anderen vonnist en verdoemt.

Het woord van Hamlet „Kregen we naar onze verdienste, wie ontkwam er de zweep," van Montaigne „We worden niet licht te slecht behandeld" is het woord van de ware zelfkennis» van het ware „zondebesef", 't welk alleen in het

Sluiten