Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altijd in de voorhoede; gelijk we nu en later zullen zien. In de krachtigste geesten komt de Eenheid tot zelferkenning, in de braafste gemoederen doet zich die zelferkenning als rechtvaardigheid voor — later zal in de krachtigste geesten van een volgend geslacht de Eenheid zich weer het volledigst vergeten — de besten gaan altijd in de voorhoede, dat is: soms naar het Individualisme toe, maar soms ook ervan af. Wie de neergaande kerkelijk-maatschappelijke organisatie nog dienden, waren dus diegenen, in wie vadsig belang, laffe vrees en domme verblindheid overheerschten. Dit begrepen de machthebbers, daarin was het laatste bolwerk van hun macht en dit uitte zich weer uit het (in de Inleiding als „noodzakelijk" ontvouwde) wantrouwen jegens den sobere, blijkend uit een mededeeling van Erasmus, dat men in het klooster, waar hij zijn jeugd doorbracht, naar hartelust zich bedrinken, maar geen Grieksch lezen mocht.

Aldus groeit dan het Humanisme — met de Reformatie en de Renaissance, die er als twee naar tegengestelde richting vloeiende stroomen aan ontspringen — als tegenstrevend individualistisch mouvement in de Middeleeuwsche collectiviteit. Want Christendom en Renaissance zijn in dien zin één — hoe „paganistisch" de uitingen en voortbrengselen der Renaissance mogen wezen. De Christelijke uitspraak „Het Koninklijk Gods is binnen in U" beduidt hetzelfde als de woorden, al dan niet aan Heraklitus ontleend, van den brillanten en zeker niet „Christelijken" Pico della Mirandole „De mensch is de maatstaf van alle dingen" — als Benvenuto Cellini's „Ik draag mijn maatstaf in mij-zelf," als uitingen gelijk die van Leon-Battista Alberti „de mensch is geboren om te worden wat hij wezen wil" — en zooveel meer van dezelfde strekking, dewelke is: het (individualistisch) verwerpen van de collectieve moraal, de collectieve deugd, van eiken collectieven maatstaf, waarbij de verschillen in uitkom-

Sluiten