Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf gesloten huwelijk ook zelf te verbreken op redelijken grondslag, in de afschaffing van den gedwongen ongehuwden staat op natuurlijken grondslag. Het beroep op het redelijke en natuurlijke is, naar we zagen, reeds in wezen onmaatschappelijk. Maar dan verder blijkt het al heel sterk in de geringschatting der (uniforme, voorgeschreven) „goede werken" als middel om zalig te worden waartegenover de volle nadruk op het „geloof" komt te vallen. Ook hier (oorspronkelijk en m wezen, niet in de verwording, toen „geloof" weer opnieuw „dogma" beteekende) hetzelfde onderscheid: in de kerk de (maatschappelijke) beoordeeling van daden, in de oppositie-beweging de (individualistische, zedelijke en redelijke) beoordeeling van motieven. Dit onderscheid treedt altijd aan den dag, naar we in de litteratuur van de zeventiende en achttiende eeuw duidelijk zullen zien. Het is het onderscheid tusschen Oud-Testamentische moraal en NieuwTestamentische moraal. En daar de "Christelijke moraal uitteraard leiden moet tot het „Oordeelt niet" en het „Wie zonder zonden is" — zoo is ze maatschappelijk onbruikbaar. In de uniformiteit geldt alleen het algemeene, het zichtbaar resultaat als beoordeeling van de daad. Maar zeker treedt het krachtigst en duidelijkst het oorspronkelijk individualistisch karakter van de Reformatie naar voren in de verwerping van den Vrijen Wil en de aanvaarding van de Goddelijke Genade als eenig heilmiddel en redmiddel voor den mensch.

Voor zoover de Reformatie inderdaad van de Rede uitging, moest ze tot die opvatting komen. De Rede kan den vrijen wil niet aanvaarden, maar de maatschappij kan hem niet ontberen, en getroost zich derhalve elke denkbare redeverdraaiing (niet opzettelijk bedrieglijk, maar geheel ter goeder trouw) om tot „vrijen wil" te komen als grondslag van zedelijke aansprakelijkheid, zonder welke geen recht,

Sluiten