Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruik, in het religieuse: het eigen geloof, in de wetenschap: het eigen vak. Deze „kunstmatige" distincties zijn voor hen de eenige, de wezenlijke, gelijk we dat in de Inleiding uiteenzetten, dit moet zich dus ook in de wetenschap laten gelden. In het individualisme verdwijnt het patriottisme — Renaissance en achttiende eeuw voelden de heele wereld als hun vaderland — verdwijnt het kerkelijk dogmatisme, en met die andere kunstmatige distincties verdwijnt ook de opvatting van het „vak" als afzonderlijkheid en raakt dus de vakman op den achtergrond. Een geslacht van cosmopolieten en deïsten zal dUs steeds, in zijn beste momenten en zijn beste geesten, niet den grooten geleerde, maar het universeele genie té voorschijn brengen. „De heele wereld is mijn vaderland'' zet zich in hen om tot: „De heele wereld is mijn vak". Dit is de onweerhoudbare consequentie van het rijpe eenheidsgevoel, dat pantheïsme is. En het is geen toeval maar redelijkheid dat de perioden van sterk-individualistisoh willen de groote universeele geesten voortbrachten, die naast zichzelf, in zichzelf de Eenheid beleden hebben: Leon-Battista Alberti, Leonardo da Vinei — Goethe.

Bepalen we ons voor het thans-voorhanden tijdperk tot het volgende curieuse voorbeeld van autoriteiten-geringschatting.

In de voorrede van „Don Quichotte" stelt Cervantes zichzelven ironisch voor als tobbend over een geleerde introductie voor zijn werk en zich tegen een bij toeval binnentredend vriend beklagend, dat hij waarlijk geen kans ziet om, „zooals het behoort en zooals anderen doen", zijn boek te voorzien van een reeks geraadpleegde auteurs, liefst het heele alphabet langs „te beginnen met Aristoteles en te eindigen met Xenophon, Zoïlus en Zeuxis, hoewel de een een schilder en de ander een lasteraar was — gezwegen nog van Plato en de Schrift"! Hier ook de spotternij met conventioneele

Sluiten