Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den tijd. Overigens, en dit maakt het Uilenspiegel-avontuur tot iets universeels, iets van alle tijden, bedoelt ook Andersen het gebrek aan zelfvertrouwen, aan persoonlijk inzicht, samenhangend met menschenvrees en autoriteitenvereering, (collectiviteits-instinct) aan te toonen! Andersen laat een kind, de auteur van „Uilenspiegel" een dwaas het verlossende woord uitspreken. Dezelfde strekking: „kinderen en gekken....", maar in elk geval: geen autoriteiten!

In geen enkel onmaatschappelijk tijdperk, in geen enkelen critisch-satirischen geest blijft deze spot met autoriteitenverheerlijking achterwege. Met welk een immens genoegen vermeldt Anatole France (in een der opstellen van zijn „Vie Littéraire") het geval van een op het admissie-examen voor de Hoogere Krijgsschool opgegeven dictee, door het gansche land als afgrijselijk en barbaarsch „ijzervretersFransch" uitgekreten en dat ten slotte onvervalscht proza van niemand anders dan den grooten Michelet bleek te zijn — zonder dat een der „kenners" er iets van had bemerkt. In een eenige jaren geleden hier te lande verschenen roman wordt een zeer vermakelijk tooneel opgehangen van een filologisch college, waar bijzonder hooggeleerd en diepzinnig wordt geredetwist over een „duistere plaats" die ten slotte een grove drukfout blijkt te zijn. Dergelijke college-uren kunnen soms eeuwen lang duren, voor een kind of een simpele de „duistere plaats" of de „raadselachtige tekst" zonder eenig respect voor de over het onderwerp volgeschreven boekerij abacadabra heet. Daartoe moet een nieuw, van binnen-uit veranderd geslacht het licht hebben gezien.

Dit wat den „Landgraaf", den Middeleeuwer betreft, thans over Uilenspiegel-zelf, de eerste gestalte van de jonge Renaissance.

Waarin onderscheidt zich, kan men vragen, de bedriegende Uilenspiegel van de bedriegende Middeleeuwsche

Sluiten