Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

métier beduidt, in koelbloedig besef onder de oogen ziet, en dan nog eigen weg durft gaan.

Beschouwen we Lodewijk IX, Lorenzo's tijdgenoot, zonder zijn vermaarde bijgeloovigbeid, zwijgen we eens van den fameuzen hoed met heiligenbeeldjes — met zijn wezen en zijn overtuigingen had dit alles immers even weinig te maken als de tic of de manie, waaraan de koelste, redelijkste mensch van alle tijden onderhevig kan zijn — dan vertoont ook hij op merkwaardige wijze de treffende trekken van den Vorst naar het hart van Macchiavelli. In zijn geringschatting voor uiterlijke distinctie-middelen, voor ceremonieel, in zijn realisme, behoort hij tot het type van individualistische vorsten, zooals de Renaissance en de achttiende eeuw ze hebben voortgebracht: Lorenzo de Medicis, Frederik de Groote.

Zijn groote mededinger en tegenstander, Karei van Bourgondië („De Stoute") is daartegenover het type van» den middeleeuwsch-zeventiende-eeuwschen maatschappelijken vorst, van den „Gezalfde Gods" — in zijn prachtlievendheid, zijn overschatten van uiterlijke distinctie-middelen, zijn hangen aan ceremonieel. De triomf van Lodewijk IX over Karei van Bourgondië is dan weer de triomf van het intellect over de stupiditeit, van Renaissance-realisme over Middeleeuwsche fantasterij — de triomf van Reinaert de Vos!

Doch hoe weinig hebben zelfs denkers en individualisten gevoeld voor de grenzelooze zelfaanvaarding, het heldhaftig realisme van Macchiavelli, zijn afkeer van al de zalvende zelfmisleiding, die men nog maar altijd „idealisme" heet, voor de kracht en de onversaagdheid, waarmee hij de structuur der dingen bloot legt, zonder halfweg terug te schrikken. Rousseau kon in het bestaan van zulk een cynisch monster eenvoudig niet gelooven en spreekt in zijn „Contrat Social" het vermoeden uit, dat Macchiavelli's boek

Sluiten