Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer prompt zien omslaan: vóór den legitiem en heerscher en tegen de oppositie; vóór Caesar en tegen Brutus.

Doch keeren we thans een andere zijde van het Renaissance-individualisme naar ons toe, ten einde deze te bezien naar de algemeene beteekenis.

We hebben in de Inleiding uitvoerig uiteengezet, hoe individualisme, als zelfherkenning der Eenheid, zich op tweeërlei wijze voordoet: in de vervanging van maatschappelijk-zedelijke waarden door persoonüjk-zedelijke waarden, om daarin dan te blijven, als eerste moment; en in de opheffing dier vooraf-gestelde zedelijke waarden, als tweede, definitieve moment. En we noemden die beide momenten: Don Quichottisme en Hamlettisme, zedelijk handelen en redelijk beseffen — waarvan het tweede voor het eerste een onoverkomelijk beletsel is, gelijk Hamlet zelf het zoo goed heeft geweten en gezegd.

De nooit meer dan ten deele redelijke mensch in het werkelijke leven echter is noch geheel „Hamlet" noch geheel „Don Quichotte", maar een mengeling van beiden, juist omdat „Don Quichottisme" als idealistisch-zedelijk willen en „Hamlettisme" als redelijk inzicht de twee onderling verschillende momenten van hetzelfde, van der Eenheid zelfherkenning zijn.

De onontwaakte mensch in de collectiviteit is dan ook noch Hamlet, noch Don Quichotte. Den mensch nu zijn die beide tegenstrijdige momenten, zijn zedelijk streven en zijn redelijk besef, evenzeer lief en hij zal altijd beginnen te trachten zijn zedelijk willen met behulp van zijn redelijk beseffen „goed te praten".

Kan bij dat niet (en hij kan het niet), openbaart hem de redelijkheid zijn hoogste zedelijke streven, de Deugd-zelf, als een eenzijdigheid, dan zal zijn zedelijk willen die

Sluiten