Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onverbiddelijke redelijkheid eenvoudig van tijd tot tijd ontloopen om op te gaan tot den Droom. Die droom zal dan altijd zijn: de droom van een Blijde Wereld. Want individualisme beduidt geenszins dat het individu zich buiten de menschheid stelt of zou willen stellen, maar alleen dat het zichzelf daarin onderscheidt. En de individualist, wiens werkzaamheid sloopen is, omdat en voorzoover hij redelijk is, droomt altijd van bouwen, omdat en voorzoover hij tegelijkertijd ook rechtvaardig is.

In zijn eeuwig verlangen naar harmonie kan de mensch het besef der groote Onverzoenlijkheid, de aanschouwing van het Eeuwig tegen zichzelf gekeerde Leven meestal heel niet, op zijn best bij momenten dragen.

Ayschylos vlood het door den droom van een verzoening tusschen Jupiter en Prometheus, tusschen wat nimmer verzoend kan wezen: Macht en Recht — Plato deed hetzelfde en vlood het wreede licht dier allerzwaarste Openbaring in den schemer van den droom eener ideale samenleving. En zoo zal alle individualisme, voorzoover het zich als „zedelijk willen" voordoet, na en naast de redelijke maatschappijonderscheiding (critiek, ontbinding) tot een plan van maatschappij-heropbouw komen. Dit zal dan altijd een heropbouw op communistischen grondslag, (dus toch weer een ondenkbaarheid) wezen. De individualist immers loochent, omdat hij er zelf niet in opgaat, de fundamenteele noodzakelijkheid der „maatschappelijke" onderscheidingen. Zijn eigen distinctie-drang richt zich, voorzoover aanwezig, op moreele en intellectueele onderscheidingen, die zelf-werkzaamheid veronderstellen, derhalve in de uniformiteit noch worden geduld, noch worden nagestreefd, doch waarmee hij in zijn toekomst-project voortdurend rekening houdt.

Dit leert de rede alreeds uit den dubbelen aard van het individualisme, als tweeledige zelfherkenning van de Een-

Sluiten