Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid opgevat, en de historie bevestigt het: in alle perioden van anti-maatschappelijk, revolutiannair-individualistisch willen is de droom van een Blijde Wereld gedroomd, als een (slechts schijnbare) tegenstelling met der individuen critische eigenwilligheid, de droom, waarin de „gevoelsmensen" gereedelijk gelooft, en waarin ook de wijsgeer voor een wijl het immers in menschelijken zin zoo „troostekjoze"» van zijn wijsheid ontvliedt.

Men behoeft zich derhalve, dunkt ons, niet het hoofd te breken, met de vraag of Plato ooit in ernst geloofde in de verwerkelijkings-mogeUjkheid van zijn Staat. De argumenten tegen zijn eigen project liggen immers, we stipten het reeds vroeger aan, in zijn eigen werk voor het grijpen.

Zoo ziet Plato volkomen duidelijk het lot dat den brave wacht, die niet braaf schijnen, maar werkelijk wezen wil — en toch droomt hij van een Staat, waarin de brave (dat ?s de wijze, wijsheid en goedheid zijn in zijn gedachtegang één en eenerlei; wijsheid, goedheid beduiden zielsgezondheid —) leven en zelfs heerschen zal. En terwijl elders Socrates door het orakel de wijste wordt geheeten, omdat „hij alleen weet, dat hij niets waard is in de wijsheid"; terwijl dus, en zeer terecht, als criterium der betrekkelijke volmaaktheid, het diep besef van eigen onvolmaaktheid geldt, zal in dien gedroomden idealen Staat het „lagere gedeelte" — de derde stand, overeenkomend met de derde, laagste sfeer der ziel, die der begeerten — zich vr ij willig onderwerpen aan de beide hoogere standen, namelijk die der Wachters (verdedigers) en die der Wijzen (heerschers) overeenkomstig aan de „driftige" en „denkende" zielsgedeelten. Alsof niet juist altijd en overal de lageren, de laagsten zich tot elk ding in staat en bekwaam achten en elke waardigheid beschouwen als het hun rechtens toekomende! Niets is immers den kiemen man te groot! Alsof ook niet juist dat zeldzame ver-

Sluiten