Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als „critiek" op Thomas Morus, doch alleen om aan te toonen, hoe betrekkelijk onrijp vooral de zedelijke zijde van het Renaissance-individualisme toch nog was en wel wezen moest, zoodat daarop die allerkrachtigste opbloei van autoriteiten-vereering volgen kon! En dan toch nog iets. Terwijl men ons Plato noemt als den grootsten geest van zijn tijd, de schoonste bloem van Grieksch idealisme en Grieksch „realisme", als denkkracht opgevat — is in de Renaissance de onversaagde, koene en koele menschenkenner Macchiavelli zender twijfel een sterker en ook een voornamer geest dan Thomas Morus. En dit beteekent heel veel. Want willen we den geest van een tijd beoordeelen, dan moeten we dit doen naar de voortbrengselen en inzichten der sterkste persoonlijkheden. Op die wijze kunnen we met Plato als maatstaf zeggen dat het Grieksche individualisme van het voornaamste en krachtigste type was: sterk-zedelijk, naast realistisch, strevend, tegen beter weten, naar de verzoening van Mensch en Maatschappij, innig overtuigd dat het bij gebreke daarvan altijd beter blijft onrecht te lijden dan onrecht te doen — terwijl de Renaissance-individualist van het voornaamste en krachtigste type daartegenover is: uitsluitend realistisch, en de onverzoenlijkheid van macht en recht evenzoo helder beseffend, vóór alles opkomt voor zich zelf en liever hamer is dan aambeeld, liever onrecht doet dan onrecht lijdt.

Zoo had dan de Renaissance — het blijkt duidelijk uit de historie en uit de projectie daarvan in de litteratuur — weliswaar alle denkbare mogelijkheden en kanten van het als „individualisme" 'beschreven geestescomplex naar voren gebracht, doch slechts één kant ervan bloeiend verwerkelijkt: de vrijmaking van den artistieken mensch, van den kunstenaar, met de ermee samenhangende vereischten van zelfaanvaarding, zelfvertrouwen, en zedelijke geslotenheid

Sluiten