Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door overmaat van levenslust. Daarom is dan ook de Renaissance-kunst nimmer overtroffen, en heeft de beeldende kunst — zoo verzekeren ons althans de kunstkenners — nooit meer datzelfde onderworpen-kerkelijk karakter als ■gedurende de Middeleeuwen gedragen. In de zedelijke en intellectueele vrijmaking, die uitsluitend steunt op inzicht in eigen ontoereikendheid: Christelijk zondebesef en Sokratisch tekort-gevoel, is ze achtergebleven. Haar zedelijke kracht bleef betrekkelijk gering, en haar redelijkheid vergelijkenderwijs een onrijp pogen, een begin, dat in latere geslachten pas tot volle vervulling zou komen. Daardoor ook, het zij nogmaals gezegd, kon het beginsel der persoonlijke vrijheid in redelijken en in zedelijken zin dan ook weer zoo geheel verloren gaan in dien geweldigen opbloei van maatschappelijke instincten, dien we thans beschrijven gaan.

De heerschappij van het Autoriteitsbeginsel.

Van Pascal tot Bossuet.

Zoo heeft zich dus het Renaissance-complex aan ons voorgedaan als een geweldig mouvement van individualistisch willen, zich in de litteratuur projecteerend tot Prometheusver heer lijking — we zullen thans een even geweldig mouvement van collectief willen zich zien heffen naar het licht, 't welk zich in de litteratuur projecteert tot de pompeuse en vaak grandiose Jupiter-verheerlijking van de zeventiende eeuw. En zooals de kern van het individualistisch mouvement in Italië lag, zoo ligt de kern van het collectieve mouvement, met het autoriteitsgevoel als grondslag, in Frankrijk, in het Frankrijk van Lodewijk XIV. Het „waar-

Sluiten