Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloek tegen allen, die dit anders zouden willen verstaan — om te begrijpen in welke mate en met welk oogmerk de Evangelische Leermeester, voor Johannes en Philo het vleeschgeworden Begrip, reeds toen door de Christelijke keizers tot Pantokraat werd gemaakt, zijn volgers tot onderdanen, die niet behoeven te begrijpen, als ze maar belijden.

Het scherp-onderscheidende en diepgaande woord' van Paulus, dat de Grieken naar wijsheid, maar de Joden naar teekenen vragen, geldt voor alle tijden. Geen Grieken maar Joden zijn van ouds de kerkelijk-maatschappelijke WestEuropeesche Christenen, geen „Grieken", maar „Joden", zij, die nu nog een wereldoorlog noodig hebben om tot de meest primitieve erkenningen en inzichten te komen, die rustig van zichzelf erkennen, dat ze dit en dat van den oorlog hebben geleerd, alsof het geen schande is, dat een mensch van een oorlog iets leeren moet. Niet de Evangelische „wijsheid", maar de Evangelische „teekenen", de Evangelische begripsverbeelding en persoonsverheerlijking zijn de grondslagen van den hooggeprezen „triomf des Christendoms".

De „Griek" is het denkende individu, 't welk de Rede tot zijn uitsluitend richtsnoer kiest, de „Jood" is de redelooze collectief-voelende, die door krachtsvertoon en machtsvertoon („teekenen") tot aanbidding en geloof wordt geïmponeerd en die zich om den innerlijken samenhang tusschen het teeken, het verrichte wonder, en de leer van hem die het verricht, allerminst bekommert, dus ook niet opmerkt dat die samenhang nimmer en nergens bestaat. Voor den „Griek" is het Kruis geen, voor den (christelijken) „Jood" is het wel een argument — waarmee niet gezegd is, dat er onder de Joden geen Grieken zouden zijn. Hoe weinig zich de „Jood" (het kerkelijk-maatschappelijk temperament) bekommert om den redelijken samenhang tusschen den inhoud der te aanvaarden leerstelling en het mirakel, dat che leerstelling be-

Sluiten