Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonde — „rien ne nous heurte plus rudement que cette doctrine. Et cependant, sans ce mystère le plus incompréhensible de tous, nous sommes incompréhensibles a nous mêmes."

Namelijk de mengeling van „goed" en „kwaad" is onze natuur. Dat reeds het dualisme beter antwoord geeft en de (pantheïstische) redelijkheid een afdoend ,,nothing is either good or bad, but thinking makes it so" kan hier buiten beschouwing blijven. Pascal was krachtens zijn aard monotheïst (d.L monarchist), zijn maatschappelijk instinct kon nooit een gelijkwaardigen tegenstander van den Pantokraat, noch een aanvaarden van de „Zonde" als bloote relatie admitteeren. Stelligheid wilde hij tot allen prijs, antwoord op elke vraag, definitief, tot zijn altijddurende rust en tot zijn eeuwig heil. Deze stelligheidsbehoefte moest zich met de Rede verzoenen, en daar de Intelligentie, eenmaal dienstbaar, ook nimmer -in gebreke blijft, bleef, of zal blijven om datgene te bewijzen, wat het hart bij voorbaat belijdt, omdat het belijden moet, zoo ontbrak het ook Pascal niet aan argumenten om de volkomen vereenigbaarheid van redelijk oordeel en mirakelengeloof in het licht te stellen.

In zijn hoofdstuk „Soumission et usage de la raison" vindt men een aantal van die geestelijke acrobaten-toeren bijeen en de hedendaagsche lezer voelt zich — niet alleen daar, maar voortdurend — geslingerd tusschen de bewondering voor Pascals scherpzinnigheid, zijn hooge zedelijke bedoelingen, zijn ernst en zijn vaak meesleepend echt heilig vuur, — en een verbazing om de onnoozele stumperigheid van zijn „bewijsvoeringen", de egocentrische stupiditeit van zijn „Christelijke" zelfverheffing, die elk ander systeem, elk ander geloof in drie regels „weerlegt", zichzelf gelukkig, goed, begenadigd prijzend boven de gansche wereld. „Nul n'est heureux comme un vrai Chrétien, ni raisonnable, ni

Sluiten