Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertueux, ni aünable." Geen poging meer tot verzoenend, opheffend begrijpen, zooals eenmaal Philo het beproefde, zooals later de Renaissance het wilde, zooals de 18e eeuw het weer zal willen; onverbrekelijk staat daar weer de dogmatieke distinctie tusschen „eigen" en „vreemd", „uitverkorene" en „verdoemde" — de kunstmatige distinctie, die opnieuw de eenige realiteit is en waarvan het stellen en behouden de afzonderlijke verschijningsvormen van de Eenheid handhaaft in hun afzonderlijkheid, de Eenheid in de zelfvergetelheid, die de zelf-opheffing keert.

De hedendaagsche lezer moet bij Pascals „Pensees" een gevoel krijgen als beleefde hij een tragedie: de tragedie van het tegen zich-zelf gekeerde Absolute — worstelend om zelfbehoud tegen eigen zelf-bezinning.

De Rede leidt tot twijfel. Maar de twijfel belet het geloof. En het ongeloof is een bedreiging aan ons eeuwig heil. Moeten we dus altijd alles gelooven? Maar ons oordeel dan, en ons verstand? „La pensée de 1'homme est une chose admirable." Vele „geloofswaarheden" schijnen voor dat oordeel absurd. Moeten we ze dan verwerpen? Een innerlijk instinct, evenzeer onweerstaanbaar als onverklaarbaar, richt zich overeind en weert zich wanhopig tegen die conclusie. Het is de Levenswil, het dogmatisme, de vijand van de opheffende Intelligentie —; twee doodsvijanden in één kooi opgesloten en aan den mensch de taak, voor den mensch de noodzakelijkheid, ze te verzoenen, daar hij anders niet leven kan, en daar hij leven moet, dus leven wil. „II faut savoir douter oü il faut, assurer oü il faut, se soumettre oü il faut". Maar wanneer, maar hoe, maar op welken grondslag? „Ik ben de maatstaf van alle dingen" — is het onuitgesproken antwoord van den man, die zich in eerlijken gemoede „nederig" waant, en op den achtergrond verschijnt reeds de Autoriteit, al wórdt hij nog niet openlijk als de eenige uitkomst beleden, al laat

Sluiten