Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwen het deden verwerpt bij, als onnoozel, de „methode" der Blijenburgen verwerpt bij als in redelijkheid onvoegzaam, maar hij maakt met één stouten greep het op zichzelf ongeloofwaardige krachtens die eerlijk erkende ongeloofwaardigheid tot het bij uitstek geloofwaardige! De Humanist heeft aldus (eenigszins) de zuiverheid zijner werkwijze, de Jansenist zijn dierbaarst bezit, zijn geloof, gered.

Hoe weinig er dus ook in de uitwerking van overblijve, dit „Credo quia absurdum" als uitgangspunt is nog onmiskenbaar individualistisch. Geen ander gezag aanvaardt de Rede dan eigen inzicht! De zeventiende eeuw kon het gevaarlijke karakter daarvan niet herkennen, evenmin als ze het gevaarlijke „kettersche" karakter van Descartes' filosofie heeft gezien: het maatschappelijk instinct richt zich immers op de beoordeeling van conclusies, niet van overwegingen, van daden, niet van motieven. Noch Pascal, noch Descartes waren „epicuristen" of libertijnen, beiden zeer vijandig tegen den sceptischen geest van Gassend! gekant — hun „credo" werd voldoende geacht — en pas een later geslacht, critisch, sceptisch, scherp-onderscheidend, zou zich triomfantelijk op het „quia absurdum" werpen.

Doch wij voor ons zien duidelijk een der vele lijnen die Reformatie met Revolutie verbindt over Pascal naar Descartes loopen, waar we trouwens weten dat diens leer juist onder de Jansenisten zooveel aanhang vond!

Daar het echter naar den geest en naar den oorsprong stamde uit een neergaande periode, en de opgaande — in dit geval de autoritaire — het altijd wint, zooals het nieuwe seizoen het oude verdringt — zoo moest het individualistisch beginsel wel ondergaan in den strijd tegen de Jezuïeten en het gouvernement. Het instinct van absolute autoriteit deed Lodewijk XIV de oppositie voerende, naar zijn smaak veel te critische en eigengerechtigde Jansenisten verafschuwen

Sluiten