Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

edellieden, die weten dat hun kinderen elkaar liefhebben of liever: met elkaar zijn verloofd, want van eigenlijke liefde is in dit complex geen sprake — en dat die verloving door hun twist automatisch moet worden ontbonden, met al de gevolgen daarvan.

Want terwijl Don Diègue in de meest volmaakte verzen schuimbekt over zijn machteloozen ouderdom, zijn verzwakten arm en zijn afschuwelijk lot om een „infamie" te moeten verdragen (die hijzelf heeft uitgelokt, door zijn beleedigend woord, waarop de ander, als ridder, automatisch den oorveeg moest laten volgen) verschijnt zijn zoon, de Cid, ten tooneele en verneemt de toedracht van de zaak.

Zooals de vader op het eerste dogma: „de edelman wreekt zijn eer" automatisch reageerde, zoo reageert de zoon automatisch op het tweede dogma: „de zoon wreekt den vader". Het komt niet in hem op, te onderzoeken waarom het gaat en of de zaak ook maar e enigs zins de moeite waard is, dat hij Chimène er vaderloos door maakt en haarzelf tot zijn vijandin, hij reageert, we zeiden het, volkomen automatisch — doodt den vervaarlijken Don Gomès en het conflict is gecreëerd — de man, die zijns vaders eer wreekte, wordt daardoor (tengevolge van een subtiel toeval) de moordenaar van den vader zijner verloofde.

De valsche gelijkenis (spotvorm) met het Orestesdrama springt hier duidelijk in het oog.

Orestes ook wreekt zijns vaders eer en wordt daardoor de moordenaar van zijn moeder. De consequentie is noodzakelijk. De zoon, die zijn vaders bevlekte eer wil wreken, kan dit niet anders dan door zijn schuldige moeder te dooden; de goede (goedgeachte) daad sleept onvermijdelijk de slechte met zich, ze zijn tezamen één, een levend organisme, met een voor- en achterzijde, een Eenheid, natuurlijkerwijs uiteenvallend in verscheidenheid: goed-en-kwaad.

Sluiten