Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rakterloos. De man die van zijn twintigste tot zijn zestigste f jaar bij zijn politieke „inzichten" volhardt, krijgt het mooiste f grafschrift en pas een recht fraai, als men er bij kan zeggen, dat hij die inzichten zoo kant en klaar van zijn grootvader F heeft meegekregen. Dit noemt men dan „trouw aan tradi- ' ties" — de lauwerkrans om eiken steunpilaar!

Maar als nu Rodrigue en Chimène zoo standvastig zijn On elkaar tegeujkertijd liefhebben en haten, vervolgen en aanbidden, zoodat er geen verwrikken aan is, hoe ter wereld moet het drama dan eindigen? Met hun dood? Het zou t e veel worden voor de vier-en-twintig uur van Aristoteles' regel-van-drieèh, waarvan Corneille, blijkens zijn eigen

bittere klachten, toch al zooveel overlast ondervond en

bovendien, de deugd moet beloond worden. Het drama moet stichten. Ze moeten elkaar hebben — en ze willen elkaar niet hebben — of liever, zoolang de een niet wil, wil de ander wel en zoodra de ander wil, wil de een niet meer!

Zooals de figuren in het werkelijk drama de redelijke beweeglijkheid des levens weerspiegelen, zoo weerspiegelen deze personen weer de redelooze verstarring van het dogma. En het bijna in een grafische figuur uit te drukken caricaturale van de situatie laat zich ten slotte nog aldus formulèeren:

In Orestes, het werkelijke drama, wordt het besluit tot de daad i n den mensch geboren — deze daad, als eenzijdigheid, ontplooit zich naar buiten noodzakelijkerwijs in een dubbele consequentie, waarvan één „stichtelijk", één „onstichtelijk" is, één goed, één kwaad — beeld van het dubbele leven, waarin goed en kwaad relatieve begrippen, functiebegrippen zijn.

In De Cid, het maatschappelijke drama, is het bevel tot de daad buiten den mensch vastgesteld — zijn daad ontplooit zich ditmaal, door een toeval, maar volstrekt niet noodzake-

Prometheus 20.

Sluiten