Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Le temps assez souvent a rendu légitime

Ce qui semblait d'abord ne se pouvoir sans crime."

Hier wordt nu eindelijk duidelijk en zonder omhaal het onderscheid tusschen in de zelfonderscheiding van het Absolute wortelend individueel rechtsbesef en het rechteloos maatschappelijke opportunisme uitgedrukt. Er is grootheid in de openhartigheid^ waarmee deze grondvoorwaarde voor de maatschappelijke orde, voor de eerbiediging van den eigendom, naar de herkomst waarvan men met vragen moet, voor de onderwerping aan het gezag, naar den oorsprong waarvan men niet vorschen mag, door een koning wordt uitgesproken; ze is een bewijs van de eerlijkheid, de gezondheid, de levensvatbaarheid dezer 17e eeuwsche maatschappij, die inderdaad geen hooger en rechtsgrondslag kende en begeerde — terwijl men tegenwoordig deze dingen niet meer in die woorden durft formuleeren, doch evengoed overeenkomstig handelt en dus altijd gedwongen is tot doodzwijgen of draaien, zoodat het dan ook alleen de mindere man (in moreelen en intellectueelen zin) is, die er zich van bedient en die er in gelooft, terwijl het toen de besten, de eerlijken, de intellectueel vooraanstaanden waren.

Wat in deze maatschappij een waarheid was, is in de onze een leugen, wat in deze vrijwilliglijk werd beleden en geloofd, wordt in de onze met dwang afgeperst en uit vrees en gemakzucht toegegeven.

Zoo werd Le Cid de practische toepassing van Bossuet's preeken: „Soyons soumis" het tableau vivant van den gehoorzamen burger in de maatschappij, van het ons als hoogste ideaal voor oogen gestelde „opgaan der persoonlijkheid" in de hooggeroemde „Eenheid" van partij, kerk of organisatie. En het is louter daarom dat we over dit ver-

Sluiten