Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hartstochtelijke vrijheidminnaar, volkomen onzelfzuchtig, nooit personen zoekend, maar enkel de zaak, die hij dient. En zijn puur idealisme blijkt zeer eigenaardig uit zijn gebrek aan practischen zin — dat wil zeggen uit zijn maatschappelijke onbruikbaarheid. Shakespeare heeft het gevoeld, dat „Christelijke" en ..maatschappelijke" deugden onvereenigbaar zijn en dat de waarlijk nobele van practischen zin verstoken is, gelijk Plato het toonde te zijn, toen hij naar Syracuse trok om een tyran te beleeren en te bekeeren. Wijsbeid is het tegendeel van gezond verstand. De zelfkennis, de menschenkermis, het diepe inzicht in de roerselen en afgronden van de menschelijke natuur, ook de volledige kennis van den „transcendentalen" mensch in den denker (in Kant en in Spinoza b.v.) beeft niets te maken met de sluwe, wereldwijze, wantrouwige „menschenkennis" van den „zakenman". De goede dokter Stockmann uit Ibsens hier reeds eerder genoemd drama kan zich niet voorstellen dat zijn stadgenooten hem voor zijn ontdekking anders dan dankbaar kunnen zijn — broeder Burgemeester weet het wel beter; toch is de dokter verreweg de intelligentste. Intelligentie en „gezond verstand" zijn eikaars vijanden. Multatuli laat Woutertje Pieterse, zijn jongen held, zijn klein genie, met verlegen katoen en bevroren aardappelen thuiskomen en tot zijn verontschuldiging aanvoeren: „maar die man

zei toch " Waarop de heele familie uitbarst in een

hoonend gelach! De sukkel, om niet te weten, dat wat zoö'n man zegt ! Inderdaad, het ontbreekt Wouter aan „gezond verstand", ook Björnsons Sang, ook hem die tot

menschen zei „Weest Gijlieden dan volmaakt ", ook

Brutus, en dit is wel de hoogste lof, dien zijn bewonderaar Shakespeare hem geven kon.

Ware Brutus een practisch man geweest, hij zou Antonius met Caesar hebben uit den weg geruimd — de wensche-

Sluiten