Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkheid daartoe, die men heden „militaire of politieke noodzakelijkheid" noemt, wordt hem door Cassius dringend genoeg onder het oog gehouden — het was uit een „tactisch" oogpunt stellig een fout van Brutus, dat hij het niet deed, maar hij wil het niet — hij wil zijn daad zuiver en ongerept houden, principieel en niet opportunistisch, ook zonder haat of toorn of bloeddorst, zonder egocentrische zelfverheffing, uitsluitend in het persoonlijk besef dat wat te doen staat gedaan moet worden, geen steun ook behoevend van andere „beginselen", „rechten", „plichten" of „noodzakelijkheden" dan die van zijn geweten, eigen immanente rechtspraak, in tegenstelling van den egocentrischen zwakkeling, die alles „uit beginsel" heet te doen. Dezelfde geesteshouding spreekt uit den onwil om van zijn medeconspirators een eed te vorderen. De vrije geest wenscht anderen niet te binden, de vertrouwende idealist vergt geen ander woord dan dat van „honesty to honesty engaged."

Het is in dit verband karakteristiek, dat men de vriendschap tusschen Caesar en Brutus zoo vaak en hardnekkig als een bezwarende omstandigheid tegen dezen laatsten hoort aanvoeren, terwijl die in werkelijkheid zijn daad niet lager, maar juist schoon er maakt. Indien men als uiterste van burgerdeugd den Romeinschen vader roemt, zelfs de Romeinsche moeder, die eigen kinderen, zoo ze zondigden tegen het gemeene belang, ter dood deden brengen — een koning, die zijn schuldigen zoon of broeder niet spaart, indien men Abraham en Agamemnon en Jephta begrijpt — waarom dan Brutus niet — hij ook brengt een zwaar offer aan het algemeene belang, hij brengt zijn besten vriend ten offer.

Maar de zaak is deze, dat men dergelijke offers alleen begrijpt en toejuicht, als ze, desnoods zonder eenig beginsel of overtuiging, in dienst van het legitieme gezag worden ge-

Sluiten