Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuw geweld ontbonden en zoo als de furiën (het Levenzelf) Orestes achtervolgden, zoo achtervolgen ze ook Brutus en ze treffen hem wreedaardiglijk in wat hem het dierbaarst is: de zuiverheid van zijn ideaal, ze vergiftigen de uitwerking van de daad, die de kroon op zijn leven had moeten zijn.

De twist tusschen Brutus en Cassius in hér legerkamp (vierde acte) is het eeuwige conflict tusschen den zuiveren idealist en den practischen politicus — waarin de onhoudbaarheid en de orimo gelijkheid van het zuivere idealisme in de practische politiek (lees: in het leven) duidelijk blijkt. Brutus heeft, ondanks Cassius' voorspraak, Lucius Pella veroordeeld, omdat bij de Sardianen brandschatte, en Cassius komt hem dit verwijten: „het is thans de tijd niet om op elke kleinigheid aanmerking te maken." Brutus beantwoordt het verwijt met een fier verweer en zelfs met een tegenverwijt aan Cassius-zelf, dat hij ook niet geheel ongevoelig is voor goud! — en verder met een hartstochtelijke herinnering aan de nobele motieven van den aanslag op Caesar en met de betuiging dat hij nooit iets van datgene zal doen, waarvoor hij Caesar doodde. Dan ontsteekt Cassius in toorn en houdt Brutus voor dat hij het leven en zijn eischen niet kent, een onpractische droomer is, en — het komt dan wel tot een verzoening tusschen de mannen, maar de gevoelens blijven onverzoend, ze moeten onverzoend blijven, ze beduiden de tegenpolen des Levens.

Het is immers volmaakt duidelijk, „practisch gesproken" heeft Cassius gelijk — „a la guerre comme a la guerre". Als Brutus niet wil toestemmen uit „politieke overwegingen" en „militaire noodzakelijkheid" dezelfde dingen te doen en te dulden waarvoor hij anderen veroordeelde, die bij anderen beeft verweten, en voor de uitroeiing waarvan hij bloed vergoot, met andere woorden, als Brutus zijn onpractisch idealisme niet aflegt en practisch opportunistisch wordt, zijn

Sluiten