Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je kent 't nieuwe niet! 't Zal je trekken, als je 't kent. 't Is er vrij ademen."

„Jij vindt er dus vrede?"

„Ja volkomen. Wij allen op de Laar hebben vrede.

Behalve de eenige die tegenstreeft. Getuig dat, Anna!" tart ze haar zuster in hun gesprek.

„Och", zegt die stil,' „ik las vanmorgen: „Wie 't best weet te' lijden, zal 't meest vrede houden."

Hendrik ziet bevreemd naar haar om. Maar ontdaan door

haar eigen gezegde, bukt ze over haar mstrument er

tinkelen wat zwervende tonen door de zaal, die tot een gedempt lied worden. Hendrik hoort het vaag, en door z'n gedachten zingen de woorden, die hij vroeger hoorde van z'n moeder.

Maar hij buigt over naar Fenne en preveljt: ,,'t Zal mij tot meer vrede zijn, nu 'k weet dat jij vrede hebt." „Hoffelijk gezegd, jonker."

„Hartelijk gemeend voor m'n eigen hart. Want vrede had , ik niet."

„Zie je wel!"

„Niet om 't geloof, maar om jou."

„Juist wel om 't geloof. Had je den vrede van ons, dan zou Kcht alle andere onrust bedaren."

Vorschend ziet hij haar aan: „Meen je," hapert hij, „als ik de muren kon omstooten "

„Ik weet zeker, dat alles in je wacht op die daad."

„Alles in me dat ben jij zelf, Fenne! Die daad? en

jou winnen?"

„Mij winnen?" Fenne is opgestaan en ziet straf en nadenkend naar hem. Er is bij z'n hevige en van innigheid doorwarmde woorden een blije trots in haar opgesprongen

Sluiten