Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onzin. In Fenne en in z'n liefde gelooft hij vast. Dat is zijn trouw....

Juist hier waar de verloren zandweg kruist met een ruig heipad, ziet hij weer vóór den drie-stammigen berk, het molmig crucifix, dat hem telkens verwonderde. Alle kruisen en

bidkapellen immers zijn uitgeroeid op de Veluwe dit

ééne vonden de schoutsknechten zeker niet. Dit éene staat hier in 't hart van 't bosch als een wachter. Het trekt z'n blik door een geflonker van purperrood, vreemd in 't goudige en grijsgroene van 't herfstbosch. 't Is een handvol rozen, late knoppen half opengebloeid Wie heeft ze daar gestoken achter

de armen van het eenzaam Christusbeeld? Wie plukte ze in een herfsttuin en bracht ze hier ? Elbert? Maar zulke rozen bloeien er immers niet op den Cannenborg En eigenlijk, waarom boeien ze hem alsof 't een wonder is, dat daar wat bloemen fleuren tegen het verweerde hout! Zoowaar, hij staat

naar het kruisbeeld te zien met ontbloot hoofd Is dit het

begin van den weg naar Fenne's Waarheid? Bidden

hier ? 'n Kruis maken en de handen samen, een enkel Onze

Vader? 't Onze Vader kan blijven, maar kruisbeeld en

kruisteeken, afgoderij en superstitie.. zooals de broodgod....

Hij breekt een roos uit den tuil, drukt ze koel en geurig, tegen z'n lippen, en gaat, terwijl hij ze kneust en plettert in z'n hand.

Starend naar de verte, waar de boschweg eindigt als een poort naar wazend blauw, stijgt hij in 't zadel en ergert zich opnieuw, hoe hij op den ingedoken rug van den schimmel voorthost als eèn marskramer.

□ □ □

Het binnenkomen van Hendrik, die met een ongeduldigen schouderschok de klemmende deur openstiet, brengt na lange uren de eerste stoornis in de Cannenborger opkamer.

Sluiten