Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„U zelf houdt me terug van 't eenige wat ik verlang

in 't Staatsche leger te dienen."

,,'n Isendoorn dient z'n onderdrukkers niet."

„Eigen schuld, als we onderdrukt worden! U scheldt me voor leeglooper.... goed, ik ben 't.... maar enkel door onze domme koppigheid."

„Noem trouw niet dom!.... Wacht je! Nietsdoen is gevaarlijk, 't Wordt hoog tijd, dat je ernstig werk ert een levenstaak kiest. Moet ik je dan dwingen tot wat ik wensch?"....

„Uw wensch ? Leuven en de rechten 'k ben geen boekenwurm. Da's goed voor Elbert.... Die zal in alles uw zin wel doen.... die zou zelfs priester worden, alleen omdat z'n vader 't zoo graag zag."

„Zwijg liever"....

„Die zal zich trouwens ginds wel thuis voelen. Misschien er wel blijven"....

„Al deed ik alles, wat je daar zoo minachtend opnoemt".... begint Elbert kalm.

„Zie je wel.... dat zit in je.... Overloopen naar den Spanjaard!" stuift Hendrik op. „Maar ik dank je, ik haat Spanje!"

„Zuid-Nederland is Spanje niet," bedaart heer Marten nadrukkelijk. ,,'t Is onder de Aartshertogen een rijk voor zich.... hechter dan de Republiek van onze moeielijk bijeengevoegde Provinciën. Alle ketterij is er voorkomen. En van burgeroorlog, zooals er in 't „vrije" Holland dreigt, is er geen sprake."

„Maar intusschen ligt dat vredige land uitgeput.... de steden, de handel, de nijverheid, alles dood!" spot Hendrik.

„Dat zal herbloeien. God kastijdt z'n volk, om het te laten leven."

„Leven ? Holland, waarop u smaalt, dat leeft! Dat wordt

Sluiten