Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijk en machtig. Brabant en Vlaanderen liggen platgetrapt.... Hier de nieuwe leer, daar de onderdrukte ketterij.... Is 't wonder, dat ik me afvraag.... „wie heeft gelijk?"

„Gelijk heeft, wie trouw blijft, Hendrik! En 't is maar schijn, dat het Zuiden machteloos ligt.... Naar het tijdelijke en uitwendige misschien verarmd.... Maar de innerlijke kracht leeft.... vrij en vurig wordt er gewerkt door bezielde priesters.... strijders voor God. 't Zou mijn trots en troost zijn als één van m'n zonen zich in hun dapper leger schaarde — dat beken ik. En ook, dat 'k hoopvol naar 't Zuiden uitzie, 't Vrome hof van de Aartshertogen geeft 't volk een voorbeeld van tucht en trouw. Eenheid en vrede heerschen. Anders dan hier, waar de meerderheid onderdrukt wordt' door de minderheid, en de vrijgevochtenen de tirannen zijn geworden van hun eigen broeders. Terwijl die tirannen, veroveraars der Waarheid zooals ze zich noemen, elkaar uitschelden voor leugenaars.... Voor ons gehoonde en vertrapte Papisten kan alleen uit het Zuiden licht dagen.... En 't komt al.... Er staat ons iets goeds te wachten, als God wil. Vanmorgen terwijl jij wie weet waar zat, hebben we goede tijding gekregen"

„Zoo ?.... is er weer 'n geheime boodschap ? zooals voor drie jaar? Van een priester die komen zal, maar onderwijl in Arnhem betrapt en gevangen wordt?"

„We zullen hopen, dat hij die z'n komst liet aankondigen, ons ditmaal zal bereiken. Want het wordt tijd, meer dan tijd.... 't landvolk zoo goed als wij, we verhongeren."

„Verhongeren? En u het pas zakken vol appels plukken! En mij docht, de molen van Vaassen stond te malen." Er is kregele hoon in Hendrik's stem.

Z'n vader ziet hem vast aan: „Onze honger is een andere,

Sluiten