Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

A NNA 1S in 't duister opgestaan en beweegt tastend door de M V holle kamer, telkens onder 't aankleeden verstillend tot luisteren. Maar er is ver of nabij op de Laar geen ander geluid te

hooren,danhetzachteademhalenvanhetzusje,dat doorslaapt.

t Laatst slaat ze den grijzen schoudermantel om en trekt de kap over 't hoofd. Eerst als ze de deur voorzichtig op een kier heeft gezet, waagt ze 't haar lantaarn aan te steken Dralend heft ze die op, zoodat de lichtschijn valt door de openwiekende schaduwen naar het bed in den verren hoek. Even kleurt het groen der gordijnen tusschen de zware hemelpijlers blanken de kussens, 't Licht neerzettend sluipt ze terug en buigt over het kind heen, dat met de armen uitgeslagen ligt het m sluimer verwaasde gezichtje opgewend in de blonde haren Behoedzaam legt Anna de deken hooger over haar schoudertjes . en maakt door de bedschaduw langzaam een kruis.... Maar ze kan niet lós. Bijna zou ze 't open handje grijpen, dat daar ligt als naar haar uitgestoken, en zeggen: „Kom!" 't Mag niet.... 't Kind hoort aan haar ouders, en die hebben het afgenomen van Jezus' hart en Jezus' Heiligen, zouden het vandaag nog afnemen van haar, als ze niet laat wat ze bijna

doet En wat als ze ook Lijsje niet meer zou hebben ?

't eenig geluk.... „jou alleen". Fluisterend raakt ze het teer

warme kinderhoofd even met de lippen aan

De oogen vol tranen gaat ze naar d'r lantaarn terug, en, 't licht beschuttend met de losse hand, de gang in, de deur door naar de haltrap. De treden kraken onder haar voeten. Uit de nachtdonkere hal slaat haar de eenzaamheid benauwend

Sluiten