Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze gaat voort. Haar voeten waden door dorre bladers, die nZr^ l ë f n,WCg bCdekken- ^'«g^tert hier en daar onder het voortschuivend schijnsel, kraakt soms in het gewirwar vanhetkreupelhout. Maar omhoog tusschen de knJo^S heteersteweekgnjze van den ochtend te schemeren. 'tZeeft langs de stammen neer en ontnevelt alaan vormen en kfcn-

rJrfT iS^eHjk ^ het ^rgeten kruis gekomen aan den rand van bosch- en heiweg, zet haar verbleekend hcht aan den voet van den berk en knielt op het bidbankje. Er hangt overde dwarsarmen van het crucifix-zoodat het vale houten Christusbeeld er door omlijst is - een krans van dennengroen bestoken met wüderoze-bottels, rood en rond als droppelen gestold har ebloed. Dien krans vlocht en bracht ze gSeren op de Vigilie om vanmorgen feestelijker het hoogtij van Allerheiligen te kunnen vieren.

Enmettriesteverteederingnaarhet scheefgezakt kruis ziende f Z\ f 1voorhoofd aan de voeten van het Christusbeeld en begint de litanie, van-buiten geleerd, om ze hierluid-uit te kunnen zeggen dezen morgen. Ergens immers moeten vandaag op de Veluwe de namen der Heiligen nog worden ten hemel geroepen, nu er geen kerken meer zijn, waar ze worden gezongen.

„Heer ontferm u onzer," begint ze, en ijl is haar stem

in de stilte.... „Christus, hoor ons, Christus, verhoor ons".

Ze heeft de vingertoppen aaneengelegd en zit roerloos, maar

het voorhoofd fronst diep bij het moeizaam opeenvolgen der bemrjmerde namen

En één voor één rijzen rond haar de gestalten der hemelmgen die ze aanroept.... de engelen en aartsengelen de apostelen, de martelaren en maagden, de kerkvaders de

Sluiten