Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgodischen dienst." Maar 't Loo is gelukkig hem tot gast te hebben"....

„Je tante Margriet? Dat kan ik begrijpen, Elbert gul

en gastvrij als ze is!" leeft Anna op. „En Sof ie, die ik in geen drie jaar zag al waren we zulke goede vrienden eerst"....

„Ze rouwen om m'n oom Herman Wolter.... van 't zomer gestorven"....

„Je vaders broer ja te jong zooals vroeger je

moeder,, vrouwe Margriet's zuster immers?"

„Ja, 1,00 en Cannenborg zijn wel innig verknocht, door

dien dubbelen band van Isendoorn en Voorst en al moest

de dood dien breken, 't is nog één! Vrouwe Margriet is mij

een moeder en Sofie wel m'n zuster Nu dan, we

verheugen ons samen over vader de Reyser! Voor 't eerst na dertig jaar, dat er vanmorgen weer Mis was in de Loosche slotkapel! Wachters aan poort en deuren natuurlijk, alle grendels stevig vast en voor de vensters de grauwe armozijnen gordijnen dichtgeschoven, dat er geen straal van 't kaarslicht naar buiten zou dringen. Gelukkig hebben de speurhonden ons met rust gelaten. Ze hebben na die dertig jaar van onze onderworpenheid geen argwaan"....

„Als er maar geen verspieders afkomen op 't verradersloon," onderbreekt vader de Reyser. „Overal sluipen die rond."

„Niet op de Veluwe! 't Landvolk is er verwilderd, maar hun hart is trouw en oprecht. Wonderlijk was 't vannacht,

Anna, voor 't eerst weer onze heilige Geheimen Jezus

weer neergedaald midden in deze heiden en bosschen."

„Ja" zegt de priester, „zoo is hier in dit hart van NoordNederland het Woord weer vleesch geworden."

„En heeft onder ons gewoond," vult Elbert aan, het hoofd buigend.

Sluiten