Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Je kunt biechten, hier op de eigen plaats en zonder uitstel."

„Hoe zou dat na zooveel jaren, zonder een gewetensonderzoek van dagenlang?"

„Donkere hoeken zullen er in uw ziel niet zijn."

„M'n leven is zoo moeielijk thuis, waar iedereen me uitlacht"

Ze zijn alleen gebleven. Spelend met den hond is Elbert heengegaan. Verweg tusschen de stammen loopt hij met z'n boog te speuren, een jager die bij 't eerste naderend gerucht z'n drijver zal waarschuwen. Vader de Reyser trekt de boerenmuts van 't hoofd en hangt de paarse stola om, die hij tusschen z'n kiel te voorschijn haalde.

„Zeg nu alles." Hij buigt het hoofd tot luisteren. Zinnend ziet Anna, hoe hij daar voor het kruis staat. Van z'n hoog voorhoofd en de biddend neergeslagen oogleden schijnt een glans van vergeestelijking. Om z'n mond zijn diepe trekken van zielsgoedheid en verstorven smart....

Haar hart leeft op in blij vertrouwen. Ze knielt aan z'n voeten.... „Ik belijd den almachtigen God, allen Heiligen, en U, Vader, dat ik gezondigd heb door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grootste schuld".... En eenvoudig begint ze heel haar leven en strijd te verhalen, haar wil tot boete en verzoening, voor allen die ze zoo liefheeft, haar angst en bezwijken telkens in zwaarmoedigheid, in twijfel aan zich zelf....

Vader de Reyser, die aldoor met gevouwen handen staat, heeft het gezonken hoofd langzaam opgeheven en schouwt over de neergedoken teere gestalte heen naar een verte van glans, waar hij, luisterend naar die van bedwongen aandoening doffe stem, gestalten ziet oprijzen, die straks hier nogeens waarden Agatha, Lucia, Agnes, Cecilia zijn haar tijden

Sluiten