Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boeten op, zooals de hoogmogende Heeren zelf! Alles om 't geld."

„Liever losprijzen dan 't schavot."

„Nu ze 't klooster- en kerkgoed onder mekaar verdeeld hebben, zoeken ze 't daar."

„Zullie rijk, en alle papen zóó arm dat ze niks meer kunnen. Da's de leus!"....

,,'t Is de straf Gods voor de overdaad!" roept Zweder er tusschen door.

„Ze zullen toch, de papen!"

En Zweder weer: „Ze zullen zeker, want de Kerk staat op een rots. De poorten der hel kunnen haar niet overweldigen. Volharden is alles!"

Maar er knarst gerucht, de valbrug wordt neergelaten. In den open boog staan er twee, Anna met het licht, en Caspar die uitturend naar de wachtenden rustig de handen ineenlegt.

Met vlugge passen komt Anna en ziet de gezichten alle zwijgend naar haar toegewend, verweerde, doorgroefde oude mannen- en vrouwengezichten, de zorgelijke oogen van moeders twee staan er met een klein wicht in de armen, een

doopeling. Er zijn kleine en groote kinderen, jonge deerns, een paar forsche kerels achteraf, en in een lagen wagen de lamme van Otterloo De goudige schijn waast over de grauwbruine dorperskleeren, over de knoestige eelthanden dié de

kleur hebben van den grond waarin ze levenslang wroetten

„Geloofd zij Jezus Christus" groet Anna, en blijdschap straalt uit haar oogen hun tegen. „In alle eeuwigheid, amen," weet enkel Zweder te antwoorden, de anderen mompelen een goeden dag.

„Gelukkig dat jullie met zoovelen gekomen zijn," verwelkomt ze. „En de kinderen er bij, zooals ik vroeg"

Sluiten