Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Omdat ze allemaal nog gedoopt moeten worden," zegt een van de moeders.

„Als je 't zelf hebt gedaan, hóeft het niet opnieuw."

„Met wat water uit den put en ongewijde handen"

„De pater moet ons trouwen" komt-een ander los. „We

wilden wel alles naar behooren maar hoe kon dat? Nu

zijrr onze kinderen al bijna groot."

„Biechten willen we allemaal."

„En Ons Heer...."

„Och, en ik vast de heilige Olie vraag dat voor me,

juffer Tachtig jaar ben ik, wel nog gezond maar hoe

lang nog?" Anna ziet het beverig bestje aan." Kun je den verren weg nog doen?" vraagt ze bezorgd.

„Ja ik En al was 't m'n dood dan heb ik tenminste nog Mis gehoord Van m'n vijftigste in geen kerk

of kluis geweest Maar zonder 't Oliesel wil ik niet sterven."

„We zullen in prosessie gaan," maakt Anna een begin. ,,'n Rij aan eiken kant van den weg. Ik zal vooraan in 't midden voorbidden."

„Och, wat mooi, wat mooi!" mummelt het bestje. En ze zien allemaal naar het licht in Anna's hand, de ster van goud die stil voor hen uitdrijft. In 't midden achter komt Zweder,

en die trekt den rolwagen met den lamme de raders

piepen eentonig door.

Anna hoort hun stemmen door Zweder's stem gesteund onzeker antwoorden op het „Ik geloof in God den Vader," op de Onzevaders en. gloria's, maar vrijer-uit bidden ze in refrein: Heilige Maria Moeder Gods

Nadrukkelijk en langzaam zegt zij de mysteries. Alaan wordt de wisselzang der stemmen regelmatiger, 't Bosch lijkt er door bezield. In 't licht van haar ster, [die stralen uitspint naar

Sluiten