Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het altaar waart tusschen de groen-en-gouden wanden en langs de plooien der schemerige zijden venstergordijnen. Allen tot de alleroudsten zijn ze kinderen, die niet weten waarom

ze bijna moeten schreien

Ten laatste klinkelen zilveren schellen. De priester is gekomen. Hij staat midden voor 't altaar in zwarte wit-bekruiste kazuifel. Naast hem knielt de jongste jonker van den Cannenborg en antwoordt op 't eerste bidden. Boven speelt zachte orgelmuziek, en twee vrouwenstemmen beginnen te zmgen.

Requiem aeternam dona eis Domine, et lux perpetua luceat eis.

Zij die beneden kijken en wachten verstaan het met, maar hooren wel den klaagtoon. Hun oogen glanzen vol tranen. Ze zien in plaats van twaalf kaarsevlammen honderd en honderd kleine sterren om het altaar wemelen, 't Is waar.... Allerzielen is 't vandaag. Ze waren dit in hun blijdschap vergeten de dag van de dooden-. • • Maar in de schaduw des doods waren zij zelf, allen, jarenlang! Eerst hier in 't licht weten ze, hoe diep en donker hun nood was....

DeMisgaatvoortmetKyrië eleïson. Ze weten met hoe maar alles is zoo schoon en goed wat de priester bidt, wat de stemmen zingen. En ze moeten vanzelf de handen vouwen en almaar Onzevaders en Weesgegroeten prevelen. Nu wordt het misboek omgedragen. Dezangzwijgt. Dennester leestluid. DitishetEvangelie.ze weten datnog, ze moeten zich op voorhoofd, mond en borst zegenen en opnieuw wachten. Want nu legt de priester de kazuifel af en komt langs de Godslamp naar den preekstoel, staat daar ineenmaal zoo heel dicht bij hen en ziet met goedige oogen op hen allen neer.

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur.... en 't is er nu.... waarin de dooden de stem van den Zoon Gods

Sluiten