Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zullen hooren; en die er naar luisteren, zullen herleven"

't Zijn de woorden van het zooeven gelezen Evangelie, die hij voor hen herhaalt. Want ook die heilige man weet het immers: Zij zijn de dooden! Zij zijn 't die nü, nü de stem van den Zoon Gods hooren. „Komt allen tot Mij" roept de Stem. „Komt allen tot Mij, die vermoeit en belast zijt, en Ik zal u verkwikken." Door de eeuwen en door alle duisternissen heen bleef de Stem roepen. Maar dit is het uur, dat zij ze hooren! „Ik ben het levend brood, dat uit den hemel is neergedaald," roept de Stem. „Indien iemand van dit Brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het Brood dat Ik geven zal, is Mijn vleesch voor het leven der wereld. Indien ge het vleesch van den Menschenzoon niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt ge geen leven in u zeiven. Wie Mijn vleesch eet en Mijn bloed

drinkt, blijft in Mij en Ik in hem" En zij allen verstaan

dit nu: Daarom leefden ze niet meer, omdat hun ziel haar

voedsel miste En, o God, ja, ze luisteren naar de Stem,

ze willen, ze zullen herleven, en dat Brood eten

't Is alles troost wat de priester gezegd heeft, goede lieve woorden, zooals ze nooit vernamen. Hun oogen staan vol tranen, hun hart en hun handen beven. Zij zijn neergeknield en vergeten zich zelf, elkaar, de kapel, zang en kaarsen, al 't

aardsche. Want het oogenblik nadert en 't is er, dat Jezus

zelf neerdaalt in hun midden. „Heilig, heilig, heilig "

Ze kloppen op de borst.

□ □ □

Benedictus qui venit in nomine Domini

In de kerk aan den rechterzijwand, naast de vrouwe van Duistervoorde en vrouwe Sofia van den Zwanenborg met haar dochtertjes, zit Anna geknield. In dit oogenblik heft ze het hoofd uit de handen Gezegend, ja, Hij, die in den naam

Sluiten