Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deuren achter in den linkerwand, de met anjers en rozebladen bestrooide feestzaal is binnengegaan.

Nu ze op de met kussens belegde schabellen om de lange tafel zijn geschaard, Herman en Margreet aan 't hoofd, de drie kinderen aan 't lager eind, en daartusschen de paren zooals ze zich samenvoegden, zoodat heer Herman en de vrouwe van Eschate in 't midden zitten tegenover vrouwe Catharina en heer Willem van Broeckhuysen, staat de gastheer op, ontbloot en buigt het hoofd en spreekt het gebed. • Allen in stilte met hem. Alleen Hendrik ziet hoe naast hem Anna de eenige is die een kruis maakt, want hij zelf is de eenige die dit Onze Vader niet meebidt. Moet hij in deze verzonken stilte niet zien, hoe Fenne daar zit naast dien ander, hun hoofden even sterk en trotsch, alle twee in 't bidden even diep gebogen, het donkere en het blonde.... En hij, dwaas, die meende dat zij voor hém geboren was, zij en hij voor elkaar, de eenige zekerheid die hij had door alle verwarring heen!

Schenkers gaan om met zilveren kannen. Wijn purpert in Venetiaansche bokalen. Heer Herman stelt het welkom in, begroet de verloofde van z'n zoon en huldigt Karei als den nieuwen leenheer van den Gelderschen Toren, den alouden sterken IJselburcht uit z'n moeders roemrijk geslacht,, hem door z'n moeder dezen morgen overgedragen in naam van den laatste, wijlen Karei van Gelder, burgemeester van Arnhem en vermaard voorvechter van de heilbrengende gereformeerde leer.

Hendrik hoort den stroom dier welgekozen woorden langs zich heen. Hij zit te spelen met 't omgebogen mes en den lepel naast z'n zilveren bord, en ziet naar de vensters vóór hem in den achterwand, zes, smal in zware hardsteen en kruisen.

Sluiten