Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.„Duistervoorde, Medler, de Horst, Zwanenborg, Cannenborg," begint er een op te sommen.

„Dwarsdrijvers en duisterlingen!"

„Wacht je er voor. Ze heulen met Spanje!"

„Ja, wacht je voor de Geldersche papen."

„En voor de Amsterdamsche specerijverkoopers."

„Juist! Die worden de koningen! -Die hebben 't geld uit den Oost bij tonnen en tonnen."

„Oranje mag zich wachten voor Amsterdam, al is 'tnogtam."

„Oranje ziet dat niet, die is enkel soldaat."

„Over twee jaar komt die weer op dreef!"

„Daar zijn we 't over eens. 't Einde van 't Bestand brengt geen vrede."

„Natuurlijk geeft de Spaansche koning z'n pretenties op deze landen nooit op."

„En als de oorlog van de Duitsche vorsten tegen de papistische liga doorgaat"....

„Daar gaat 't kraken."

„Dan zullen de Provinciën goeddoen den oorlog door te zetten om de liga te fnuiken!"

„Laat ze opkomen de Spaansche spekken!" roept hoog-uit een van Maurits' jonge vaandrigs, die om en bij Karei van Delen zitten.

Gelach davert op onder de anderen. „Da's een rechte Hollander!" schatert heer Herman er boven uit:

„Groot van rade, Slap van dade, Sterk van partijen, Krank in 't strijen."

Vaardig valt Broeckhuysen hem bij: „Eere ons:

Sluiten