Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu komen hij en Anna bij de kinderen en schuifelen met hen uit het deurvak weg, dieper de hal in. Hij strijkt zich over 't voorhoofd, weer en nogeens en gaat tegen den mumleunen met z'n oogen dicht.

„Je heb 'n vuilen draagband aan," komt kleine Coenraad van Hous aan de steenroode sjerp trekken. „Je ben zeker met in 't leger van den Prins. Dan zou je wel 'n mooier hebben."

Hendrik slaat dat al te vertrouwelijk handje weg. „Blijf af!"

„Ba," weert zich 't jonkertje, „je ben de naarste' man van allemaal en nog nooit heb ik zoo'n afschuwelijk leelijken draagband gezien."

„Hendrik is niet naar!" neemt Lijsje 't voor hem op, met uitgestrekte armen zich vóór hem stellend.

Anna lacht, en voor 't allereerst klaart ook Hendrik's gezicht op. Hij neemt alletwee de handjes van 't kleine meisje in de zijne, en zich vooroverbuigend raakt hij even met de lippen bijna eerbiedig d'r blonde haren. Als hij zich opheft ontmoet hij Anna's verwonderden blik, en beschaamd om de tranen, die hun beiden ineens in de oogen schieten, wenden ze 't hoofd als in aandachtig luisteren naar 't klein orkest van violen, fluit, een bas en davecordes.dat een Engelsen danslied speelt: ,,'t Was a youthful knight, which loved a galjant Lady"....

„Wat hij van Fenne houdt," pijnt het door Anna's hart. En ze weet zelf niet, waarom ineens dat verlangen om hem stil mee te nemen naar den erker en hem alles te vragen en te zeggen. Of hij wezenlijk nu ook tot het Avondmaal zal gaan? Nu ook als Karei naar 't Prinsenhof? Of hij wel bedenkt, wat 'n leed voor z'n vader en broer, en dat hij 't vooral om Fenne niet doen moet, die haar woord gegeven heeft

Sluiten