Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ellende uitzeggen om er vergiffenis voor te krijgen, vergiffenis in berouw en boete, om van zonden zuiver door de herwonnen genade in nieuwe kracht te herleven....

Ze kijkt naar de half open deur der poortcel, als wacht ze de redding van daar. De schijn van de altijd brandende talkkaars valt schuin op den dorpel. Nu zit daarbinnen bij

die kaars een ander . en dat is de vroegere lijfknecht van

Hendrik. Wat moet die véél van Hendrik weten! Mèt flitst 't haar door de gedachten, dat hij zeker nog naar z'n vroegeren heer zal gevraagd hebben op den Cannenborg.... en hoe 't immers best mogelijk is, dat Elbert z'n broer heeft gevonden, of dat hij zelf misschien is teruggekomen. *

Oplevend stapt ze naar den drempel en zonder beraad klopt ze, tegelijk de deur openduwend. Jan Berents hangt lui in z'n armstoel. Bij hem op tafel staan luchter en zandlooper, een bierkruik en een kroes, 'n Oude viool ligt er naast. Hij dutte, maar slaat de troebele oogen aanstonds op.

„Ha juffer," verwelkomt hij opstommelend van z'n stoel. „Komt u den kluizenaar 'ns opzoeken?"

Anna is meteen ontdaan door die gemeenzaamheid, de onbevangen vraag naar Hendrik besterft haar op de lippen. „Ik kom zien of hier nog boeken zijn van broeder Caspar" verzint ze, verwonderd zoo ineens die leugen klaar te hebben.

„Boeken hier?.... geen een dan mijn liedboekje. De leekebroer heeft wel gezorgd niets hier achter te laten. Dat is monnikenmanier — alles voor zich. Wilt u m'n geuzenliedjes soms leenen?" Z'n mond sphjt open in een groven lach, z'n oogen glimmen. Anna wijkt terug op den dorpel.... „Nu dan, dank je," wil gaan. Maar hij komt met 't vet-beduimeld boekje op haar toe. „Niet zoo afkeerig ervan! Jonker Hendrik hoorde niks liever, — en dat was toch 'n fijn heer."

Sluiten