Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Watwonder ? Geldersch edelman u, Geldersch edelman ik»" „Uw naam?" vraagt Boecop nu op zijn beurt, ineens vóór den troep als een aanvoerder, die met vragen kan heerschen „Zonder naam of vaderland meer - maar 't Geldersch bloed kruipt toch waar 't niet gaan kan.... U is?" „Zutfenaar — studeerde te Leiden de rechten." „Veluwnaar ik - zwerver naar goede kans." „Vrinden?" vraagt de hopman verwonderd. „Landgenooten zijn vrinden in den vreemde... Maar u kunt hem vertrouwen, hopman, 'n Spinolaan is hij niet' Leiden voedde hem op tot rechtsgeleerde, en Leiden heet in Noord-Nederland „het Palladium der ware kerke Christi" „Wat wil u in Bacharach?" De hopman is al verzoend. „Tol betalen!" lacht toe Boecop luid. Heel de troep hoort net, roept aanstonds: „Bravo!" „Dat kon zonder aan wal te komen." „Wij eenzaam drietal op de leege vrachtboot dorstten

naar Bacharach's wijn "

„Heil!" jubelen straatvolk ep soldaten. En Boecop tot hen: „Zyn roem is oud en eeuwig jong!"

„Drie tonnen waren Neurenberg waard!" bralt de vaandrig Sn van z'n paard springend: „Hopman, Gelder en Gelder hoort samen, laat mij hun den weg wijzen naar Bacharach's kelder.

„Dan ik als vijfde. M'n keel zit vol stof."

Ze laten de paarden bij den troep, die mag inrukken, en stappen, rinkend in hun pantser, naast de drie

De vaandrig vraagt over Gelder, over Stadhouder en Staten over't Bestand enSpanje.... Boecop praat en boeit ni] leidt en drijft de gedachten van hopman en vaandrig af van hem en z'n gezellen.... noemt den doctor z'n vriend en

Sluiten