Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet en weet toch, dat zij en al 't volk roepen: „Verraad! verraad!' Want het volk van Caub haat de papisten. En 't volk zwermt oever en heuvels vol. Zeker zal nu toe Boecop voor de verschansing komen, en weer 't volk bedaren, waardig en heerschend.... of ? Zoowaar, 't gespuis lijkt het schip te bespringen. Wordtheteen gevechtPZijn 't schepelingen, die zich door de aanvallers heensloegen en daar vluchten naar de wijngaardheuvels? Maar op de hellingen heffen de toekijkers de armen of ze steenen gooien. - Regent het nu steenen op de schepehngen ?.... Ze rennen terug, hollen in 't nauw gedreven wild heen en weer over den wal.... en 't gespuis hitst en jaagt met uitgestrekte armen als achter schuw gevogelte Voor hen geen weg meer open. Want uit de stadspoort draaft een ruitertroep aan in razenden ren. Bij den oever springen enkelen af, het gepeupel wijkt, de karabiniers stellen zich in twee breede rijen, vormen een haag en met den volksdrom aan weerzijden een vierkant, naar den oever open. Maar nu schalt een trompet. Uit de poort is een kleinere groep nadergereden. De een op z'n wit paard is Simon Euchrich, Duitsch onderbevelhebber in Caub. Die stelt zich met z'n adjudant in het midden vanhetcarréen schijnt de kleine groep, door soldaten vóór hen gebracht, te ondervragen. Dan worden die gevangenen m twee kleinere groepen gesplitst, en de'eene tusschen de soldaten stadwaarts gevoerd; de anderen, zes mannen telt de vaandrig, moeten blijven waar ze stonden, zij aan zij maar 2e vallen op de knieën, heffen de armen, worden met geweerkolven opgestooten en staan.... Zes karabiniers, uit «et gehd vooruit, stellen zich tegenover hen op.... leggen aan. n Vluchtig geknetter. Vijf van de zes schepelingen zijn neergestort, de zesde ligt op de knieën met opgeheven armen.... Maar aanstonds zijn de zes karabiniers en dan al

Sluiten