Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duwen donzen weg in den avond Alleen dat zwart, zwarter dan de avond, blijft voor z'n oogen spoken. En als daar toe Boecop ligt ? •... mag de ééne Geldersche edelman den anderen laten tot aas?.... Hij, Isendoorn a Blois, zal niet dulden, dat een van de Veluwsche ridderschap....

Nu komt het leven in hem terug. Hij is reeds de torentrap af. Beneden staat eenzaam nog z'n paard, dommelend den kop neer boven de kribbe. Hij klopt het dier op de manen, neemt den mantel, die om den zaalknop hgt opgerold, slaat dien over z'n kuras en trekt den hoed dieper over 't voorhoofd. Zoo dwaalt hij langs den oever naar een roeiboot.

□ □ □

Eindelijk is de vaandrig op 't water, en als hij na 't eerste dobberen zich zet tot krachtiger slag, voelt hij bij het regelmatig bukken en heffen z'n warmend bloed en den levenslust weer in zich opbloeien.

Koelte streelt hem langs de oogen, die van de sterren zoeken naar de maan boven de heuvels. Een baan van schemergoud doet ze beven over het spoelend water — daar is voor de boot en hem de weg naar den doode.....

Nar, die straks als in banden op dien toren bleef! De eenzaamheiden het stilstaan speelden hem parten. Voor hen moet doen en durven nooit ophouden.... Z'n gewrichten moeten kraken en z'n spieren zich tot berstens spannen tot daden, daden!.... Nooit meer stil op een toren in krachtsloopend

gedroom.... Al voort naar een altijd wisselend doel

brooddronken en moedwillig, maar nooit meer gemijmer.... Was dit het laatste nawee van den Cannenborg in hem ? 't Is over... .lang over. De sterkende koelte van den stroom doorzwelt hem Straks naar Bacharach's kelder, weer den

Sluiten